Dagboekfragment van Geeske Zijp

27 september 2015
Geeske Zijp, veldwerker in Tsjaad

‘Hier doe je het voor’

Als meisje van vijf wilde Geeske Zijp uit Apeldoorn al “zuster in Afrika’’ worden. Haar droom werd werkelijkheid: al vele jaren is ze werkzaam in de tropen. Sinds 1992 doet ze dat via Leprazending; eerst in Tsjaad, vervolgens in Zaïre en sinds 1997 weer in Tsjaad, een land in Noord-Afrika.

Geeske woont in Mongo en doet haar werk als verpleegkundige met trouw en toewijding. Ze heeft het zelf zo verwoord: “Wat ik doe, is misschien een druppel op een gloeiende plaat, maar ieder mens telt. Ieder mens is immers een schepsel van God, of hij nu rijk is of arm, wit of zwart. Als je met leprapatiënten werkt, werk je met het uitschot van de maatschappij, maar dat mag ik graag doen. Natuurlijk zit er veel bureaucratie in het werk, maar daar staan vele goede contacten tegenover. En daar gaat het om: dat leprapatiënten genezing krijgen…”

Haar dagelijks werk is veelbewogen. Iedere dag is ze op pad – haar werkgebied is vele malen groter dan Nederland. Via nieuwsbrieven houdt ze mensen in Nederland op de hoogte van het werk dat ze doet. We laten u graag meelezen met een aantal fragmenten daaruit, die karakteristiek zijn voor wat zij in het veld tegenkomt.

“Vanmorgen had ik een jongeman (zo rond de 30) uit een naburige provincie op bezoek. Hij is al een poos in Mongo; krijgt fysiotherapie voor zijn verkromde leprahanden, en zorg voor zijn ogen – hij heeft een gezichtsbeperking. Ik vroeg hem naar zijn familie. Zijn vader en moeder zijn overleden; zijn twee zussen getrouwd, zijn broer is in Soedan. Hij krijgt zijn eten alleen, op een bord apart en wordt volledig gescheiden gehouden van de bewoners van zijn dorp. Ineens rolden dikke tranen over zijn gezicht… Een groot stuk leed valt ineens je compound binnen, en het bevestigt je ineens weer: ‘hier doe je het voor’…”

“Nog steeds komen we zulke ‘gevallen’ tegen; jonge mensen die niet op tijd zijn behandeld of niet de juiste zorg hebben gekregen en voor hun leven fysiek ‘getekend’ zijn.
We moeten nog steeds keihard werken om de aandacht op lepra te blijven houden, en hen, die ‘getekend’ zijn, moed te geven om het leven toch aan te durven ondanks hun handicap. Ik heb een brief aan de Sheikh van het dorp gestuurd om de bevolking van het dorp te beïnvloeden om deze jongeman straks goed op te vangen en in hun midden op te nemen.” “Hoe langer ik in dit land woon en werk, hoe meer ik begin te begrijpen van de moeiten van de allerarmsten, hun ‘strijd’ om het dagelijks brood, een deken, een dakje boven het hoofd, scholing voor de kinderen, terwijl ‘de rijken’ al maar rijker worden via vaak heel kromme wegen, en een oneindige zucht naar nog meer.”

“Voor het eerst in onze- en in de Tsjaadse geschiedenis, zijn we uitgenodigd door het ministerie van Sociale Zaken voor een ontmoeting met alle projecten, partners en organisaties die zich het lot van gehandicapte mensen aantrekken. Leprazending is ook uitgenodigd, evenals onze lokale partner Moustagbal, talrijke hulporganisaties en een flink aantal gehandicapte mensen met krukken of driewielfietsen. Het is de eerste stap, op nationaal niveau, voor aandacht, zorg en begrip voor mensen met een lichamelijke handicap.
We hopen, op een positieve ontwikkeling en een betere samenwerking binnen dit land met grote afstanden.”

“Een grote zorg dit jaar is de ronduit zeer slechte oogst. De regens zijn te overvloedig en te kort geweest, de helft van de gewassen is letterlijk verdronken, de andere helft verdroogd. Wat er nog over was op het land wordt op dit moment opgegeten door sprinkhanen en vogels. De prijzen voor een zak graan zijn al enorm gestegen en onbetaalbaar voor de ‘zwaksten’ binnen de samenleving: gehandicapten, alleenstaande vrouwen en de zeer armen. Echt elke korrel gaat tellen dit jaar.”

“We gaan regelmatig het veld in, om patiënten te zoeken. Mensen zijn erg bang om zich bekend te maken als leprapatiënt, want zodra iemand dat stempel heeft, wordt hij uit de gemeenschap uitgebannen. Met als gevolg dat veel mensen veel te laat bij ons komen.
Ze zijn in staat om wondjes te snijden op de besmette plekken, zodat het net lijkt of ze een snijwond hebben, of ze smeren er zwart spul in. Om de ziekte te bestrijden drinken ze vaak koranteksten op of gaan naar een traditionele genezer. Maar dat helpt allemaal niets.”